Wanneer een arbeidsdeskundige inschakelen?

Wanneer een arbeidsdeskundige inschakelen?

De arbeidsdeskundige helpt je om in kaart te brengen wat de mogelijkheden zijn voor werkhervatting van de zieke werknemer. Hij gaat in gesprek met de werkgever, de werknemer en bezoekt de werkplek.

Vier vragen worden beantwoord:

  1. Kan de werknemer terug naar het eigen werk? Indien niet:
  2. Zijn er aanpassingen mogelijk in het eigen werk zodat de werknemer terug kan? Indien niet:
  3. Is er ander werk voorhanden bij de eigen werkgever? Indien niet:
  4. Welke re-integratie mogelijkheden zijn er in het tweede spoor(werk buiten de eigen werkgever)?

Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?

Op basis van de gegevens van de bedrijfsarts, gesprekken met de werknemer en de werkgever en bezoek van de werkplek, gaat de arbeidsdeskundige aan de slag. Hieruit komt een rapport met advies over de vervolgstappen voor de re-integratie.

Wanneer kies je voor een arbeidsdeskundig onderzoek?

Als werkgever ben je verplicht om te onderzoeken hoe je werknemers kunnen blijven werken. Er staat niet in de Arbowet dat je hiervoor een arbeidsdeskundig onderzoek moet laten doen. Er wordt vaak toch een arbeidsdeskundige ingezet om aan het UWV aan te tonen dat de mogelijkheden voor re-integratie goed zijn onderzocht.

Vaak wordt een arbeidsdeskundige ingezet tussen de 42e en 52e week van ziekte. Als je werknemer 1 jaar ziek is, moet je de re-integratie opnieuw beoordelen (1e jaarsevaluatie). Een arbeidsdeskundig onderzoek kan hierbij helpen. Voor meer informatie over de 1e jaarsevaluatie, zie de Werkwijzer Poortwachter.

Soms is het verstandig om eerder een onderzoek in te zetten, bijvoorbeeld als je al snel weet dat je werknemer het eigen werk niet meer zal kunnen doen. Of als het onduidelijk is welke taken je werknemer nog kan uitvoeren.